En dan nu, zaaien maar!

Blog overzicht
21617732-1678345082176329-6680522614330245979-n.jpg

En dan eindelijk, na vele lange maanden wachten bevinden we ons terug in de maanden die weer terug te vinden zijn op de achterkant van zaadzakjes. Er kan weer gezaaid worden! Maar hoe pak je dat nu het best aan?

1. Maak het bed leeg

De dikke mulchlaag die de grond gedurende heel de winter heeft warm en onkruidvrij gehouden, mag stilletjesaan weer verwijderd worden van de bedden waar je deze en begin volgende maand zaait. De grond kan zo opwarmen en drogen. Blote grond neemt overdag meer warmte op dan bedekte en wanneer je binnenkort zaait zal de stralingswarmte ‘s nachts de jonge plantjes beschermen tegen de koude.

2. De bemesting

Heb je nog geen compost aangebracht, probeer dit dan nu te doen, het bodemleven komt nu weer traag op gang en hoe kunnen we hun beter motiveren dan met een lekker organisch buffet.
Hoeveel compost je toevoegt lees je hier.
 

3. Losmaken en voorbereiden

Tuinier je op vaste grond dan maak je de grond los waar de wortelgewassen komen te staan. Rulle, losse bodems hebben dit niet nodig. Spitten is niet nodig, even er door met een woelvork is voldoende. Verwijder ook alle onkruiden, zeker de vaste zoals ridderzuring en paardenbloem.

4. Een vals zaaibed

Ben je tijdig aan dit alles begonnen dan kan je een vals zaaibed aanleggen, dit doe je door de grond mooi gelijk te leggen met een hark en dan te wachten. Tijdens de volgende weken zullen alle onkruidzaadjes die het licht zagen nadat je de mulch verwijderde en harkte, beginnen kiemen. Net voor je zaait, hark je – op een droge en zonnige dag- zeer oppervlakkig alle kiemplantjes weg. Je hoeft ze niet met wortel en al te verwijderen, de plantjes drogen uit en verdorren.

5. Een hark is je beste vriend

Wanneer je de grond mooi gelijk hebt gemaakt met de hark (en niet een paar weken wacht zoals in stap 4) leg je de hark plat op het bed. Druk de steel met een voet stevig in de grond zodat je een geultje krijgt. In dit geultje is het aangenaam zaaien, de zaadjes liggen netjes op een rij en wanneer je eerst, voor het zaaien, water geeft is dat meteen zeer gericht. 

6. Respecteer de feiten

Een bietje wordt al snel tien cm breed, een raapje wat minder. Kooprapen worden dan weer een pak groter. Het is volledig nutteloos om te dicht op elkaar te zaaien. Eerst en vooral moet je uitdunnen, wat extra werk geeft en waardoor je zaad verpilt. Ten tweede hebben de planten niet alleen de ruimte die aangegeven staat op het pakje nodig om uit te groeien tot volwassen planten, maar er moet ook voldoende ruimte over zijn voor licht en lucht, zodat ze kunnen opdrogen en niet ziek worden. Zaai dus zaadje voor zaadje op de aangegeven afstand en niet gelijk een wildeman maar kappen met dat zakje.
Duw het geultje weer dicht en druk wat aan met de hark. Zaad heeft vocht nodig om te kiemen en dat lukt veel beter wanneer het volledig in contact is met de omliggende, vochtige aarde.
 

7. Een label voorkomt veel leed

Plaats een label bij je rijtje, zodat wanneer je passeert met een schoffel je meteen kan zien waar je moet wegblijven of extra hard moet uitkijken.